Tilburg is (geen) vrijgezel(meer).

Voordat Noordanus het speelveld had verlaten,
Kwamen minnaars om de hand van Tilburg vragen.
Hun zoete woorden lieten ze aan de deur kloppen:
“Doe open lieve Kruikenstad, laat mij je verlokken,
Mijn leiderschapskwaliteiten, zullen je naar nieuwe hoogten leiden.”
De commissie floreerde in haar taak als koppelaar.
Joeg praatjesmakers kordaat bij haar deur vandaan,
er lag immers een nauwgezette procedure klaar.
Deze strategische matchmaker, met het oog op nieuwe verkiezingen,
wilde uiteraard een passend hoofd tijdens hun raadszittingen.
Alles voor ons, maar toch bekroop mij het gevoel van uithuwelijking.
Mocht de stad geen hand hebben in haar eigen “verkering”?
Iedereen wil toch alle moment van zijn verliefdheid ervaren?
Zoals de eerste aanraking die beide onze ademhalingen doet staken?
Als zesde stad van het land verdienen wij wat verleiding en hofmakerij.
Ik zou daarom pleiten voor een periode van ongegeneerde vleierij.
Eén waarbij we tot laat in de nacht stiekem onder de dekens kunnen bellen.
En het pas “aan” is als wij een paar diepgaande vragen kunnen stellen.
Zoals: “beste potentiele, waarom voel jij je aangetrokken tot mij?
Is het mijn huisvestingsprobleem? Of misschien mijn armoedebeleid?
Vertel me, waarom ben ik anders dan al die andere steden?
Want ook ik kamp met lange wachttijden en kindgebonden problemen.
Of is het dat mijn ringbanen mijn binnenstad wulps accentueren?
En mocht het wat worden, welke portefeuilles ambieer je?
Beloof je dat jij tijdens carnaval met mij Schrobbelèr zal drinken?
En pleit jij ook voor een winkelgebied met meer Tilburgse producten?”
De commissie, wakend over de kuisheid van de stad,
Roept als strenge moeder vanuit haar eigen slaapkamer natuurlijk ook wat,
“Naar bed jongedame nu is het genoeg!”
En Tilburg met wijde ogen smekend:” och mammie nog een kwartiertje toe?”
Maar er is nu eenmaal iemand gekozen en waar je het ook mee eens bent of niet,
De Tilburgemeester verdient de ruimte om zijn kwaliteiten te laten zien.
Maar Theo weet dondersgoed aan welk Tilburgs avontuur hij begint.
Want ik denk dat hij als geboren Tilburger tijdens Carnaval luidkeels dit lied zingt:
‘k Heb van jouw veul schône dinge hil m’n hart aon oe verpaand.
‘k Zal van jou dus blève zinge Tilburg Schôônste stad van ’t laand

By | 2017-12-19T20:17:58+00:00 October 11th, 2017|stadsgedichten|0 Comments

About the Author: